Oefeningen en nog wat


Tijdens rijden:


• Kijk naar de gewenste rijrichting en IETS VERDER vooruit, anders is je brein niet in staat de juiste commando's tijdig te genereren,
• Kijken is niet goed genoeg, WAARNEMEN is vereist.
• Zoek continue naar uitwijkmogelijkheden.
• Zicht vooruit niet laten blokkeren (b.v. achter hoge voertuigen)
 


Programma:

Oefeningen op grasland:

1. Van hoofdstandaard nemen, en terug plaatsen
a. motorfiets in balans houden
     i. li-hand aan li-handgreep, re-hand aan re-handgreep of elders
     ii. tegenhangen bij dreigend omvallen
     iii. in balans houden met hand op zadel
     iv. om de motorfiets heen lopen (in balans houden)

2. Lopen, Li / Re langs de motorfiets
a. zonder aandrijving
     i. bochten, cirkels, achtjes
b. met aandrijving (aangrijpen koppeling, dosering gas)
     i. bochten, cirkels, achtjes

3. Opstappen / Afstappen
a. normaal; been over achterzijde zitplaats
     i. eerste versnelling inschakelen c.q. rem aantrekken
     ii. beide stuurhelften vasthouden
     iii. been over zitplaats
b. bijzonder; been over voorzijde zitplaats
     i. eerste versnelling inschakelen
     ii. met linkerhand het linkerhandvat vasthouden
     iii. iets verder van de motorfiets gaan staan
     iv. been over zitplaats
c. fiets methode (b.v. bij hogere bagage)
     i. motor starten
     ii. ontkoppelen en 1e versnelling inschakelen
     iii. linkervoet solide op linker-voetsteun plaatsen
          1. verwijder modder aan zolen en/of voetsteun
     iv. beide stuurhelften vasthouden
     v. kijken of de weg vooruit vrij is en zonder obstakels
     vi. resoluut wegrijden en direct daarna been over zitplaats

4. Stapvoets rijden
a. bochten, cirkels, achtjes
     i. zittend
     ii. staand, gewicht op beide voetsteunen
          1. verlaging zwaartepunt (bij moeilijk/glibberig terrein)
          2. grotere balancerings radius / reactie-arm
          3. bij toch onderuitgaan - veiliger afstap (niet onder de motorfiets)
     iii. staand op Li- of Re voetsteun (zie hellend vlak)
     iv. staand op Li-steun, re-been links / Re-steun, li-been rechts
     v. in amazone zit Li / Re
     vi. stop-go zonder voet aan de grond
     vii. iets van de grond oprapen
     viii. andere motorfiets (boxer) met voet voortduwen
          1. eventueel als starthulp te gebruiken

5. Optillen, motorfiets
a. RUN schakelaar in STOP positie zetten (ook bij 'onderuitgaan')
b. handgreep (stuur) naar 'voren' trekken (tot aan de stuuraanslag)
c. door de knieen
d. beide handen onder de handgreep en motorfiets overeind tillen
     i. indien mogelijk wachten op 2e persoon voor hulp
     ii. eventueel bagage afnemen
e. controleer handels, spiegels, remmen, verlichting, ri-aanwijzers

6. Slalom rijden
a. 4m tussenruimte (6 pionnen op 20m)
b. 3m tussenruimte (7 pionnen op 18m)

7. Binnen een vak rijden
a. cirkels (6 bij 6 m)
b. achtjes (6 bij 12m)

8. Slakken-race
a. op een lijn starten
b. geen voeten aan de grond
c. in 'rechte' lijn blijven rijden (geen onnodige bochten, ge-zigzag)
d. proberen als 'laatste' aan de finish te komen

9. Blind-rijden
a. 10 m rijden, geblinddoekt

Overige o.a. voor de (berg)toertochten:

1. In groepsverband rijden
a. altijd je eigen tempo / strategie / plaats bepalen
b. niet 'blindelings' de voorligger volgen, deze kan zich ook vergissen
c. alleen doen wat je 'nog leuk' vindt, niets forceren
d. een seintje geven als er 'iets' is

2. Bochten op snelheid
a. nog meer afstand houden
b. in bochten de buitenberm 'afkijken' (geeft meer info bochtverloop)
c. in onoverzichtelijke bochten nooit de andere weghelft gebruiken
d. om de grip (band-wegdek) 100% voor de zijdelingse kracht te reserveren in de bocht niet accelereren noch remmen

3. Te hard de bocht naderen
a. ja stom, maar het overkomt iedereen wel eens
b. zo lang mogelijk rechtuit rijden en sterk remmen
c. remmen los en motorfiets nog platter leggen dan je 'durft'
d. vooruit blijven kijken naar waar je heen wilt gaan
e. niet nogmaals dezelfde fout maken

4. In de bocht meer 'drift' naar buiten dan gewenst
a. tikkeltje bijremmen met achterrem
b. toch nog iets meer 'plat' leggen
c. vooruit blijven kijken naar waar je heen wilt gaan

5. Zeer scherpe haarspeld-bocht
a. omhoog
     i. voor de knik de 1e versnelling inschakelen
     ii. eventueel koppeling iets laten slippen (risico motor afslaan, stilvallen=grote kans op omgaan)
     iii. bij dreigend omvallen, gas bijgeven, motorfiets zet zich rechtop
     iv. vooruit blijven kijken naar waar je heen wilt gaan
b. omlaag
     i. voor de knik de gewenste versnelling inschakelen
     ii. eventueel bijremmen in bocht; met de achterrem
     iii. vooruit blijven kijken naar waar je heen wilt gaan

6. Plotselinge obstakels
a. zeer sterk remmen voor zover er nog een recht stuk te gaan is
b. uitweg zoeken (beter is al een uitweg weten), sturen
c. NIET kijken naar wat je wilt vermijden (risico: toch daarheen sturen)
d. vooruit blijven kijken naar waar je heen wilt gaan

7. Blokkeren rem
a. achterrem = geen probleem (behalve slijtageplek en on-balans)
     i. oefenen (op losse ondergrond)
     ii. vooruit blijven kijken naar waar je heen wilt gaan
b. voorrem = onmiddellijk onderuit gaan (op lossere ondergrond misschien iets later)
     i. dus NIET oefenen

tot ziens op de oefendag,
Tony