17 - 19 Augustus Weekend Groningen
• vertrek vijdagmiddag de 17e om 14:00h
• we mikken op de Stadscamping nabij het centrum van de
hoofdstad.
• kort programma:
o vrijdag: vrije snelle heenreis, tent opzetten, 's avond b.v.
de stad te verkennen (onder voorbehoud: Gerard)
o zaterdag: toertocht ong.190km rondom de hoofdstad (Tony)
o zondag: terugreis over kleinere wegen. wie rijd voor ?
Reisverslag provincie Groningen uit 1869
(bron: http://www.wumkes.nl)
De zaterdagtoertocht komt kort langs of door de onderstreepte
plaatsen.
Te Visvliet, een dorp tot de gemeente Grijpskerk behoorende,
kwamen wij op Groningschen bodem en hadden alzoo Friesland
achter den rug.
Binnen weinig tijds waren wij nu in Groningen, de hoofdstad der
provincie. Hadden de heerlijke landerijen, die wij waren langs
gereden, ons reeds in een aangename stemming gebragt, het gezigt
der stad verminderde die niet, hoewel zij door vrij hooge wallen
en bolwerken is omringd. Groningen toch is een ruime en schoone
stad, en daarbij zeer sterk. Zij is een der aanzienlijkste van
ons vaderland, en aangenaam gelegen aan het einde van een hooge
zandige streek lands, de Hondsrug, ook wel de Bisschopsrug
genoemd. Het Damsterdiep, het Schuitendiep, het Hoornschediep,
het Reit- of Loopendediep en het Boterdiep komen hier, als in
één pnnt, te zamen.
Met volle regt mag Groningen een zeer oude stad genoemd worden,
hoewel het vermoedelijk tot de sprookjes behoort, dat de stad
reeds vóór Christus geboorte bestond, of in 48 ná Christus door
den romeinschen veldheer Corbulo zoude zijn gesticht. Zeker is
het, dat Groningen al vroeg door koophandel bloeide, en dat het
houten staketsel waarmede het was omringd geworden , reeds in
1110 is afgebroken en vervangen door een' steenen muur, van
poorten en sterke torens voorzien.
Reeds vroeg werd de stad onder de Hanze steden opgenomen, en
ontving van verschillende vorsten aanzienlijke voorregten. Geen
stad in ons vaderland, beweert men, heeft grooter en ruimer
markt dan de Groote- of Breedemark te Groningen, die met de
Vischmarkt vereenigt, een lengte van ruim 400 ellen heeft.
Achtien straten loopen op beide markten uit, waarvan er enkele
den naam dragen van oude geslachten.
De Ossenmarkt is mede een groot plein, met fraaije huizen
omringd en schoon geboomte versierd. Onder de vele fraaije
gebouwen, die Groningen bezit viel ons vooral in het oog het
prachtige Stadhuis, naar het plan van den bekwamen bouwmeester
Husly gebouwd. Dit trotsche gebouw staat genoegzaam in het
midden van de Breedemarkt of Qrootemarkt, en bezit onder
meerdere vertrekken een uitmuntende raadzaal. Tegenover het
schoone Stadhuis trok de Groote- of St. Martenskerk, ook wel de
Martinikerk genoemd, onze aandacht. Haar toren, bijna 95 el
hoog, heeft 5 omgangen, en om hem tegen gevaar van bliksem te
bewaren , waardoor hij vroeger meermalen had geleden, heeft men
hem in 1837 van een bliksemafleider voorzien. Het
voortreffelijke orgel, het laatst nog in 1859 verbeterd en
vergroot, is oorspronkelijk door den beroemden Rudolf Agricola
vervaardigd.
De belangrijkste der wetenschappelijke inrigtingen in Groningen
is gewis de Academie of Hoogeschool. Zij werd in 1614 gesticht
en heeft gedurende haar bestaan, vele voortreffelijke mannen
voortgebragt. Van 1847—1850 is voor haar een geheel nieuw
Academiegebouw opgerigt, met fraai uiterlijk en prachtige zalen.
Onder de academische inrigtingen mag vooral belangrijk heeten
het Museum van Natuurlijke Historie, de fraaije Plantentuin en
het Kabinet van Landbouwkundige werktuigen , welke laatste voor
eene provincie als Groningen , welks welvaart vooral op den
landbouw gegrond is , zeer belangrijk mag heeten. De Academie
voor beeldende Kunsten met een sterrewacht en belangrijke
sterrekundige instrumenten, schilderijen, teekeningen, enz. is
mede zeer bezienswaardig. Verder heeft men in Groningen eene
landbouwkundige school, eene kweekschool voor onderwijzers en
meer andere wetenschappelijke inrigtingen. Buiten de stad heeft
men een stuk land in eene aangename wandelplaats veranderd, die
doorgaans het Starrebosch wordt genoemd. Sommige singels zijn
fraai en het prachtig aangelegde Kerkhof een bezoek overwaardig.
De kastelein, bij wien wij onzen intrek hadden genomen,
verhaalde ons ook nog met ontroering, hoeveel slagtoffers de
ziekte van 1826, die geheel Nederland, maar bovenal Groningen
trof, wegrukte. De man was toen nog jong, maar ik zag het hem
aan, dat hij nu nog bewogen was, bij zijn verhaal. Wekelijks ,
zeide hij onder anderen, stierven er 170 à 180 menschen, een
getal viermaal grooter dan in gewone tijden.
Toen wij het merkwaardigste van Groningen bezigtigd hadden,
reden wij op een schoonen morgen de poort uit, langs de
trekvaart op Stroobos, een klein plaatsje , maar vrolijk door
veel doortogt. Het was een aangename en lommerrijke streek, die
wij doortrokken. Het dorp Grootegast, boeide onze aandacht door
zijn hooge ligging en boschrijken grond, en het dorp de Leek ,
aan de drentsche grenzen, door zijn menigte veenderijen. Een
weinig noordelijker deden wij Midwolde aan, waar ik met groot
genoegen in de Hervormde kerk de keurige en kostbare graftombe
heb gezien van den baron von Inn- und- Kniphausen, in 1669
vervaardigd door den bekwamen Rombout Verhulst. Dit heerlijke
kunstwerk liet de weduwe des barons, Anna van Ewsum,
vervaardigen en kostte haar eene som van 7,600 gulden. Anna zelf
is op de tombe in een zittende houding afgebeeld, met het oog op
haren stervenden echtgenoot gerigt. De beelden zijn van wit
marmer en levensgroot.
Te Groningen teruggekeerd, deden wij den volgenden dag een
uitstapje naar Haren, in welks omtrek wij verscheidene schoone
buitenplaatsen aantroffen, en reden daarop zuidwaarts naar
Noordlaren, hetwelk een drentsch aanzien heeft.
Te Delfzijl namen wij op nieuw een rijtuig en reden naar Farmsum
, waar wij met verwondering den scheven toren beschouwden, die
naar alle zijden schijnt over te hellen. Van hier reden wij over
Wittewierum, in de geschiedenis bekend door het gevecht tusschen
graaf Lodewijk van Nassau en den graaf van Aremberg, naar Bedum,
een oud , maar toch aanzienlijk dorp. De heilige Wilfridus en
zijn zoon Radfridus , door de Noormannen in 837 vermoord, liggen
hier begraven. Vroeger had men hier een vermaarde school, de
zoogenaamde Roode-school. Tot de uitgestrekte gemeente van Bedum
behoort ook Onderdendam , een der schoonste dorpen van de
provincie en een aangenaam en vrolijk plaatsje , met zeer veel
vertier en doorvaart. De reis ging nu naar Niekerk ; de
beschouwing der kerk deed ons denken aan Piet-Hein en zijne
verovering van de Spaansche zilvervloot, dewijl die kerk zijn
ontstaan te danken heeft, aan een gift, geschonken uit het
aandeel van den buit, bij gemelde verovering verkregen. —
Zoltkamp of Zoutkamp, aan de mond van de Hunze of het
Loopendediep, aau de Laauwerzee gelegen, is geheel een
visschersdorp. "
Wij keerden van hier terug over Leens , een bloeijend dorp met
een fraaije kerk; bezochten Eenrum , een vrij aanzienlijk dorp
op een hoogte gelegen, met een ruim , fraai Herv. kerkgebouw ,
dat een groot, goed orgel en een hoogen koepeltoren bezit, die
aan de zeevarenden op de Wadden ten baken verstrekt. .— Hierna
vertoefden wij te Uithuizen, een welbebouwde, belangrijke
plaats, waar wij de drie dijken bezagen tot keering van de
Noordzee aangelegd, benevens de vier groote kolken, door den
watervloed van 1717 veroorzaakt. Wij aten er heerlijke garnalen,
zoo groot als ik ze nog nooit gezien had. Op den uitersten dijk
hadden wij een schoon gezigt over de Wadden op de eilanden
Kottum en Borkum. Rottum wordt alleen door den strandvoogd
bewoond; van Borkum konden wij den vuurtoren zien. Wij reden nu
weer eenigen tijd zuidwaarts en vertoefden een weinig te
Middelstum. Het is een levendig , uitgestrekt dorp, aan de
trekvaart van Leeuwarden op Uithuizen gelegen , in eene streek
met de schoonste kleigronden , waarop uitmuntend rundvee geweid
wordt.
Een weinig noordelijker ligt Loppersum , een vrolijk en
welvarend dorp, met schoone boomgaarden , die fijne vrachten
opleveren. Vroeger had men hier verscheidene adellijke sloten en
heeft men er nog een schoone ruime kruiskerk, van binnen een der
fraaijste plattelandskerken van de provincie, met een zeer
schoon orgel. —- Verder noordwaarts ligt het Zand, een
aanzienlijke plaats, met zeer fraaije kerk, in welke wij een'
keurig bewerkten predikstoel zagen. Onder het Zand behoort ook
de Rijp , waar men weinige jaren geleden een geraamte van een'
olifant uit den grond heeft gegraven. Meer oostwaarts aan de
Eems, hielden wij nog even te Holwierda op, welks vrij hooge
toren den zeelieden op de Eems ten baken dient. Wij kwamen nu te
Delfzijl terug. In den avond deden wij eene wandeling aan het
strand en hadden een ruim gezigt op de Oost-Friesche kust. In de
verte zagen wij den Dollart. Vader vertelde mij, dat deze
uitgestrekte waterplas eenmaal een schoone en vruchtbare
landstreek was, die 34 dorpen, 2 kloosters en een zeer
bloeijende handelstad Torum, bevatte, welke allen bij en na den
grooten watervloed van 1272 door de zee zijn verzwolgen.
In het laatst der l6de en het begin der 17de eeuw is men echter
begonnen om het overstroomde land weder in te dijken ; vooral
zijn in de laatste eeuw aanzienlijke gedeelten ingedijkt. Men
mag hopen, dat dit gevaarlijke water door den tijd geheel zal
verdwijnen , althans als men voortgaat de aangewonnen landen in
te dijken. De kosten der indijking worden ook rijkelijk vergoed,
want het land, dat men aan de zee ontwoekert, is van zeer goede
hoedanigheid.
In het rijden van Delfzijl naar Winschoten hebben wij ook op
eenige dorpen vertoefd , van welke ik u het een en ander moet
mededeelen. Het eerst deden wij Termunten aan, een uitgestrekte
gemeente van vier dorpen en een veertiental gehuchten. Het dorp
Termunten zelf ligt aan de mond der Eems op een vooruitspringend
stuk lands in den Dollart; er is een oude Herv. kerk met
aehtkanten , spitsen toren; men wees ons ook de twee kerkhoven
aan van het aldaar gestaan hebbende klooster der grijze
Monniken.
Scheemda heeft ons ook eenigen tijd opgehouden; wij wilden dit
lieve, fraaije dorp maar zoo niet doorrijden; wij namen een
kijkje van de groote boerderijen, aanzienlijke gebouwen , en
aangename buitenplaatsen. Het Winschoterdiep schenkt het veel
vertier; honderde schepen en houtvlotten varen er jaarlijks
voorbij. Verder is het slechts door een brug gescheiden van het
dorp Eexta, dat aan de overzijde van het diep ligt, en behoort
er het gedenkwaardige gehucht Heiligerlee toe. Dit plaatsje zal
altijd beroemd blijven in de geschiedenis van ons vaderland,
door de merkwaardige overwinning van Graaf Lodewijk van Nassau,
broeder van Prins Willem 1, op de Spanjaarden onder den graaf
van Aremberg bevochten.
Wij reden nu weer westwaarts en poosden eenigen tijd te
Wildervank, mede een welvarende veenkolonie, en even als al de
andere in de lengte gebouwd. Landbouw, scheepvaart.
turfgraverij, scheepstimmerwerven, mast- en blokmakerijen,
linnenweverijen, bierbrouwerijen, binnen-en buitenlandsche
handel, waartoe omtrent 100 kof- en smakschepen in zee zijn,
leveren den inwoners een ruim middel van bestaan. Het dorp heeft
zoowel zijn' naam als zijn ontstaan te danken aan Adriaan Geerts
Wildervank, die het in 1647 begon aan te leggen en een
verbazende hoeveelheid veen in eigendom bezat. Iets noordelijker
ligt Veendam, een aanzienlijk vlek, dat met zijne onderhoorige
gehuchten omstreeks 9,000 inwoners telt. Wildervank en Veendam
liggen aan elkander en hebben zulk eene uitgestrektheid, dat men
wel drie uren zou noodig hebben om er langs te wandelen.
De laatste plaats waar wij in Groningen vertoefden was Zuidbroek,
een vrolijk en levendig dorp, aan de vaart van Groningen op
Winschoten, waardoor des winters dit dorp veel door
schaatsenrijders bezocht wordt. Ook hier is eene jeneverstokerij
uit aardappelen. Voor ruim 20 jaren, vertelde men ons, had men
met de spoeling der fabriek een paar stieren gemest, die op de
Beemster-markt gekocht waren. Een dezer dieren was in den
slagttijd van het volgende jaar aan een slager van Veendam
verkocht voor ƒ520.— en had 2475 oude ponden gewogen. Toen het
dier geslacht was, waren vele nieuwsgierigen derwaarts
gestroomd, om voor een kleine gift dit monsterdier te zien,
hetgeen den slager in korten tijd nog ƒ80 in den zak bragt. Te
Zuidbroek lieten wij het rijtuig terugkeeren en voeren met de
trekschuit, langs het Sappemeer en Hoogezand , naar Groningen
terug , om ons den volgenden dag naar Drenthe te begeven, ten
einde ook dit gewest te bezoe
Tony